Reisverslag 2004 - 2005

FotoalbumOp 21 december zijn we vertrokken voor onze reis naar Rwanda. Ons gezelschap bestond uit 8 personen. De broer en de moeder van Rob en de beste vriendin van Marre, Wieke, zijn ook meegeweest. Stijn die Down Syndroom heeft is in Nederland gebleven. De vliegreis verliep voorspoedig en op 22 december om 10.00 landden we in Kigali, de hoofdstad van Rwanda. Hier werden we opgewacht door de familie Meijberg uit Ootmarsum. Hun zoon werkt al twee jaar in Rwanda en heeft ons geholpen met de voorbereidingen (regelen van hotels en vervoer). Onze minibus met chauffeur die ons de komende 2 weken door Rwanda zal loodsen stond klaar: Het was een hele klus al onze bagage, 240 kg koffers met voornamelijk spullen om uit te delen samen met ons in de bus te krijgen. Een deel van de bagage hebben we in Kigali achtergelaten. Deze werd meegenomen door een vertegenwoordiger van het weeshuis Centre Memorial Gisimba die eveneens op het vliegveld aanwezig was om ons welkom te heten. Het eerste probleem dat zich aandiende was het verkrijgen van brandstof voor de bus. Na een tocht langs acht tankstations vonden we er eindelijk een die nog brandstof had. Dat een tankstation brandstof heeft is geen vanzelfsprekendheid in Rwanda, maar dat geldt voor meer dingen in Rwanda, zouden we later merken. Het eerste doel van onze reis was Rukara, een dorpje in het noordoosten, waar twee Spaanse zusters al meer dan 20 jaar een medische kliniek en een weeshuis runnen. Behalve medische hulp dragen zij ook zorg voor voorlichting en voeding. Via de familie Meijberg hebben wij hier het Noaber-project ondersteunt. Daarbij krijgen kinderen gezonde voeding en word moeders geleerd gevarieerd te koken. Met geld van Marre voor Afrika, bijeengebracht door ’t Nijrees in Almelo, is het weeshuis opgeknapt en is speelgoed voor de kinderen aangeschaft. Er was hard gewerkt en het resultaat mocht er zijn. De zusters waren natuurlijk erg blij met de financiële steun uit Nederland. Volgens Rwandese traditie werden we door de plaatselijke bevolking onthaald met zang en dans waarbij we ook zelf in beweging kwamen.


Welkomsdans in Rukara

Na twee overnachtingen zijn we op 24 december vertrokken naar Kibuye, gelegen aan het Kivu meer, aan de grens met Congo. Het was een rit van 6 uur dwars door Rwanda. We hadden drie mooie appartementjes gelegen aan het meer. Op 1e kerstdag bleek dat de kerstman ons ook in Rwanda niet vergeten was, want er lag voor iedereen een cadeautje voor de deur. Die ochtend bezochten we twee kerkdiensten: Één in de openlucht, en één in een kerk, waar zich tien jaar geleden een verschrikkelijke tragedie heeft afgespeeld. Hier zijn destijds in drie uur tijd 4000 mensen vermoord. Hier aanwezig zijn samen met Rwandesen die hier hun familieleden verloren hebben heeft veel indruk gemaakt. Na afloop hebben we speelgoed en petten uitgedeeld aan de kinderen. De rest van de dag hebben we doorgebracht aan het meer, een boottochtje in een wankel bootje, en zwemmen. Bij een temperatuur van 26°C is het moeilijk je te realiseren dat het 1e kerstdag is.

De volgende dag (26 dec.) vertrokken we naar Butare in het zuiden van Rwanda. De wegen in Rwanda zijn sinds vorig jaar sterk verbeterd, waardoor je tegenwoordig met 80 km rechtdoor kunt rijden, in plaats van met 30 km zigzaggend langs de gaten in de weg. In Butare verbleven we in een hotel in het centrum met een prachtig terras aan de hoofdstraat. Hier kon je het Afrikaanse leven aan je voorbij zien trekken. Onze angst om honger te moeten lijden in Rwanda bleek ook hier ongegrond. Het eten was goed, evenals de kamers. Helaas viel wel steevast om zes uur de stroom uit en ook stromend water uit de kraan hebben we niet gezien. Maar alles went. In Butare gaan we waarschijnlijk een project opstarten op een internaat voor doofstomme kinderen, gerund door de broeders van Saint-Gabriel. Het betreft een school waar de kinderen het hele jaar verblijven, en waar in plaats van 80, inmiddels al 160 doofstomme jongens en meisjes onderwijs krijgen. Ons is gevraagd om de bouw van een slaap- en leefruimte voor 80 meisjes te financieren. De kinderen verblijven hier ongeveer 13 jaar. En krijgen in aansluiting op het basisonderwijs, ook een beroepsopleiding, om later in hun onderhoud te kunnen voorzien. In Butare bezochten we natuurlijk het nationale museum van Rwanda en ook een werkplaats voor houtbewerking. Hier werden beelden gemaakt die via een coöperatie in een winkel in Butare worden verkocht.

Op 28 december vertrokken we naar Kigali. Ons eerste reisdoel was een bezoek aan het revalidatiecentrum in Gatagara, 40 km boven Butare. Hier ondersteunen we via het Liliane Fonds de medische hulp voor een groot aantal gehandicapte kinderen. Dit centrum wordt geleid door een Nederlandse fysiotherapeut, Frank Verhoeven. Helaas was hij zelf niet aanwezig. Door enkele medewerkers zijn we rondgeleid. Met de bescheiden middelen die beschikbaar zijn wordt hier fantastisch werk geleverd. De mensen verblijven hier intern. Behalve oefenzalen beschikt men ook over een orthopedische werkplaats waar protheses en andere aanpassingen worden gemaakt. Alle aanwezige kinderen vonden ons bezoek geweldig en waren erg blij met de door ons meegebrachte cadeautjes.


Gatagara, revalidatiecentrum

’s Middags vervolgden we onze reis met bestemming hotel Isimbi in het centrum van Kigali. Kigali is uitgegroeid tot een stad met ruim 600.000 inwoners, met alle drukte die daarbij hoort. De blijdschap om stromend water was van korte duur, omdat twee uur later zowel stroom als water ons weer in de steek lieten. De noodaggregaat van het hotel produceerde alleen stroom voor de begane grond zodat wij op de tweede verdieping behalve in het donker ook nog eens moesten proberen te slapen met het ronkende geluid van de noodaggregaat. Maarja, alles went.

De volgende dag (29 dec.) brachten we eerst een bezoek aan de zusters van de orde van Bernadinen. Via stichting Kinderhulp Rwanda zijn we met hen in contact gekomen. Ze zijn al meer dan 40 jaar werkzaam in Rwanda en weten als geen ander waar de nood het hoogst is. Een van de zusters coördineert tevens het werk van het Liliane Fonds in Rwanda. Ze hebben ons die dag begeleidt bij onze tocht langs drie weeshuizen: Het Centre Memorial Gisimba, een weeshuis voor geestelijk en lichamelijk gehandicapte kinderen, en het weeshuis van de zusters van moeder Theresa, in Kigali. Het eerstgenoemde weeshuis wordt ondersteund door de stichting Kinderhulp Rwanda, waar we nauwe banden mee onderhouden. Via hen zijn hier met Marre’s geld al speeltoestellen geplaatst. Dit zal binnenkort ook gebeuren bij de drie weeshuizen van de zusters van moeder Theresa, en de school in Gishanda, Ishuli Marre Maria. Tevens zijn voor de weeshuizen driewielers, loopstoeltjes, en fietsen gekocht. Voor alle kinderen hadden we kadootjes meegenomen, en realiseerden we ons de woorden van Marre: Iets krijgen is mooi, maar iets geven is nog veel mooier.
Bij het weeshuis Centre Memorial Gisimba gaan we een bakkerij realiseren met de opbrengst van de CD van de New Valley Singers. Hierdoor krijgt dit weeshuis een bron van inkomsten, kunnen de oudere kinderen het bakkersvak leren, en kan worden voorzien in hun eigen voedselvoorziening.
De situatie bij het weeshuis voor geestelijk en lichamelijk gehandicapte kinderen was dermate schrijnend dat we ter plekke besloten om via de zusters geld beschikbaar te stellen. Deze zullen zorgen dat de omstandigheden waarin de kinderen en hun verzorgsters leven op korte termijn verbeterd wordt. Het aanschouwen van zoveel leed en toewijding heeft veel emoties bij ons losgemaakt.


Opvanghuis voor gehandicapte kinderen.

Om alle indrukken te laten bezinken hadden we besloten de volgende dag door te brengen aan het zwembad van het Novotel waar we vorig jaar met Marre onze reis hadden afgesloten. Hier ontstond ook het idee om hier oud en nieuw door te brengen. De gedachten aan een donkere hotelkamer bij kaarslicht, geen water en het lawaai van een noodaggregaat trok ons niet echt aan. Een gesprek met de hotelleiding over ons bezoek met Marre vorig jaar was voor hen genoeg om ons voor een zacht prijsje een overnachting inclusief lopend buffet en ontbijtbuffet aan te bieden. We hebben er met volle teugen van genoten, hoewel het contrast met de omstandigheden die we gezien hadden zo groot is dat het je wel een dubbel gevoel geeft. Nieuwjaarsdag zijn we om 7.30 begonnen met een nieuwjaarsduik in het zwembad waarna het ontbijtbuffet voor ons klaarstond.

Hierna zijn we vertrokken naar onze laatste reisbestemming: Kibungo, de plaats waar we vorig jaar ook met Marre verbleven. Via mail hadden de vicaris generaal en de bisschop ons laten weten dat we altijd welkom zijn in Kibungo maar we waren er toch niet helemaal gerust op omdat de zussen Tieberink ons waren voorgegaan om hun verhaal te doen. Gelukkig bleek dat de Rwandezen er niet gevoelig voor waren, en werden we met open armen ontvangen. Het feit dat we niet welkom zouden zijn bij de school Ishuli Marre Maria werd weggewuifd met de mededeling dat de school van de mensen in Gishanda is en niet van de zussen Tieberink. Uiteraard stond als eerste een bezoek aan het weeshuis op het programma. Het weeshuis waar Marre vorig jaar ook zo vaak is geweest. Het jongetje Nindembwere waar Marre zo mee bevriend was geraakt bleek te zijn geadopteerd. De ontvangst door Moeder Overste en de andere zusters was hartelijk. En de loopstoeltjes, driewielers en fietsjes waren hier ook al aangekomen. De laatste tassen met spullen om uit te delen werden aangebroken. Hoewel de zusters hun best doen, merk je dat de kinderen snakken naar aandacht. Ze hangen letterlijk aan je.


Meisje op Marre’s hobbelpaard in weeshuis Kibungo

Twee Januari was het bezoek aan de school in Gishanda gepland. Omdat de school niet telefonisch bereikbaar is en het nog steeds vakantie is (oktober – half januari) wisten we niet of we de school ook in zouden kunnen. Onderweg naar Gishanda stopten we meerdere keren om uit te delen. Iedereen kende Marre nog en het laten zien van de foto’s van vorig jaar maakte veel indruk. In Gishanda aangekomen bleek men toch op de hoogte van ons bezoek. De schooldirecteur was aanwezig en tientallen kinderen werden er al snel enkele honderden. We waren blij te zien dat de foto van Marre nog aan de muur hing. Hoewel het schoolgebouw klaar was, waren schoolmeubilair en ook voldoende leermiddelen niet voor handen. In overleg met de bouwpastor Luc gaan we kijken in hoeverre wij hierin met het geld van Marre kunnen voorzien. Na aan elk kind een pen en een potlood te hebben uitgedeeld samen met springtouwen, ballen en andere schoolartikelen, vertrokken we. Het gaf een goed gevoel terug te zijn op de plek waar Marre vorig jaar zo intens heeft genoten.


Schoolkinderen Ishuli Marre Maria.

Terug in Kibungo brachten we de avond door met Justin, de Vicaris-Generaal van Kibungo, waar we vorig jaar een speciale band mee hebben opgebouwd. Het was een fijne avond.

De volgende dag, 3 januari, hebben we een safari gemaakt in het Akagera Park, het wildpark van Rwanda. Onder begeleiding van een gids, konden we een giraffe, zebra’s, impala’s, antilopen, nijlpaarden, en apen aanschouwen. Hierna hebben we gegeten in het Akagere Game Lodge. Dit hotel, vernield tijdens de genocide, dat vorig jaar tijdens ons bezoek met Marre nog bewoond werd door apen, is razendsnel herstelt in de oude staat. En al vorig jaar december heropend door de president Kagame. Een van de vele tekenen die we zagen dat er momenteel in Rwanda veel veranderd en gebeurt.

Op 4 Januari was het tijd om terug te keren naar Kigali. Na een laatste bezoek aan het weeshuis, en een moeilijk afscheid, werd met onze fantastische chauffeur, Emannuelle (altijd ruim op tijd, en dat wil wat zeggen in Afrika) vertrokken voor de laatste overnachting in Kigali. ’s Avonds waren we uitgenodigd in het Novotel door Lambert Grijns van de Nederlandse Ambassade om na te praten over ons bezoek aan Rwanda. Vorig jaar heeft hij ons met Marre thuis ontvangen en was ook aanwezig bij de opening van Ishuli Marre Maria. Omdat het etenstijd was, konden we op zijn kosten aanschuiven voor ons laatste avondmaal in Rwanda. Doodmoe vielen we in slaap voor een korte nachtrust, omdat om vijf uur onze chauffeur met bus alweer voor het hotel stond. Het vliegtuig vertrok om 07.00 uur. Dertien uur later kwamen we aan op Schiphol en eenmaal thuis werden we door de familie onthaald met oliebollen, vuurwerk en glühwein. Heel gezellig!! We kunnen met een goed gevoel terugkijken op twee weken Rwanda. We hebben veel gezien, projecten bezocht, contacten gelegd, en zijn met nieuwe projectvoorstellen weer thuisgekomen. Marre moest eens kunnen zien, wat er met het geld wat zij bijeengebracht heeft, allemaal gebeurd voor de kinderen in Rwanda. Voor ons voelde het alsof Marre in Rwanda heel dicht bij ons was.


Ishuli Marre Maria.

 

Wat Marre begon, zal doorgaan